Studieschuld krijgt minder zware rol bij berekenen hypotheek

16 okt

Banken berekenen de totale schuldenlast van potentiële huizenkopers, in verhouding tot het inkomen dat ze verdienen. Op die manier ontstaat er een leencapaciteit, waar ook de studielening op drukt. Banken hebben na overleg met het ministerie van OCW besloten om de studielening voortaan minder zwaar aan te slaan, zodat starters gemakkelijker een hypotheek kunnen afsluiten.

 

Nieuwe leenstelsel vanaf 2015

Dit heeft deels te maken met de nieuwe studieschuld, die vanaf 1 september 2015 van kracht wordt. Vanaf dat moment kunnen studenten geen gebruik meer maken van een basisbeurs in de vorm van een gift, het gaat vanaf dat moment om een rentedragende lening. Dit zal de gemiddelde schuld van studenten behoorlijk doen laten oplopen. Aan de andere kant krijgen de studenten na het afronden van hun studie meer tijd om de schuld af te lossen, waardoor de maandlasten dalen. Met name dit laatste zorgt ervoor dat de banken de studieleningen minder zwaar aan kunnen slaan en het ondanks die schuld toch mogelijk is om een hypotheek af te sluiten om een eigen woning te kopen.

 

Lagere wegingsfactor studielening

De banken hanteren een wegingsfactor, om de druk van een schuld te bepalen. De wegingsfactor voor de studielening daalt van 0,75 naar 0,45%, wat in de praktijk betekent dat een studieschuld van €10.000 bij de berekening leidt tot een maandlast van €45 in plaats van €75, waardoor de leencapaciteit aan de andere kant toe zal nemen. Met name de pas-afgestudeerden die een huis willen kopen hebben hier veel voordeel bij. Aan de andere kant geven banken aan graag te willen weten hoe hoog een studieschuld is, om dit goed mee te kunnen nemen in de berekening om een mogelijke hypotheek aan de ex-studenten te verstrekken.