Stijging huizenprijzen maakt tophypotheek beperkt risicovol

11 feb

Sinds de crisis zijn de banken behoorlijk kritisch geworden op de hypotheekverstrekking en vanuit de overheid mogen zij niet meer dan 101% van de waarde van een woning ‘belenen’. Uit berekeningen van Wegwijs blijkt dat zelfs bij een tophypotheek de woning al binnen 148 dagen niet meer onder water staat, waardoor het risico lijkt te worden overdreven.

 

Binnen 148 dagen niet meer ‘onder water’

Iemand die een woning van €250.000 wil financieren mag daar op dit moment een hypotheek voor afsluiten van maximaal €252.500. Dat is de koopsom, plus 1% voor de bijkomende kosten. De overige bijkomende kosten dient de koper uit eigen middelen te betalen. Dat is vanuit de overheid bedoeld om het risico op een restschuld te voorkomen. Dat risico ontstaat wanneer de woning ‘onder water’ staat, dus op het moment dat de hypotheek hoger is dan de waarde van het huis. Op nieuwe hypotheken dient echter annuïtair of lineair in 30 jaar te worden afgelost. Dat betekent in de praktijk dat een huiseigenaar vanwege die aflossingen in het eerste jaar al €6.145 van de totale schuld aflost. De hypotheekschuld is dan dus al lager dan de waarde van de woning. Sterker nog, al na 148 dagen is de €2.500 afgelost en is de waarde van het huis groter dan de resterende hypotheekschuld.

 

Beperkt risico met een tophypotheek

Het toont aan dat ook tophypotheken op basis van de waarde van het huis slechts een beperkt risico op restschulden met zich meebrengen. Voorheen was het bijvoorbeeld nog mogelijk om 105% van de waarde te lenen. Het zou dan maximaal een paar jaar duren totdat de woning niet meer onder water staat. Het risico lijkt kleiner te zijn dan de overheid en hypotheekverstrekkers veel huiseigenaren willen doen laten geloven. Dat neemt niet weg dat de maximale financieringsgrens volgend jaar zelfs daalt naar 100% van de waarde van de woning.