PBL brengt matige financiële positie huishoudens in kaart

28 okt

De financiële kwetsbaarheid van huishoudens op de woningmarkt is de laatste 10 jaar toegenomen, dat blijkt uit een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Eigenaren van koopwoningen zagen de waarde van hun woning dalen, de huren stijgen en het verschil tussen de inkomens- en koopkrachtontwikkeling lijkt voorlopig niet te verdwijnen.

 

Drie aspecten in het onderzoek

Het PBL richtte zich in haar onderzoek op drie verschillende aspecten, om een uitspraak te kunnen doen over de kwetsbaarheid van regionale woningmarkten, door te kijken naar de financiële risico’s van huishoudens en hun toegang tot de woningmarkt. Het bureau onderzocht het risico op een restschuld bij een verhuizing (vermogensrisico), het risico op het niet meer kunnen opbrengen van de maandlasten (betaalrisico) en de mate waarin huishoudens toegang hebben tot het woningaanbod in de regio (toegankelijkheid). De overwaardes van veel woningen zijn de afgelopen 10 jaar verdampt, maar uit het rapport van het PBL blijkt dat dit in veel van de gevallen (nog) niet tot grote problemen leidt.

 

Voldoende toereikend inkomen

De werkloosheid is de laatste jaren toegenomen en de reële inkomens zijn aan de andere kant gedaald. Ondanks die negatieve ontwikkelingen heeft het grootste deel van de woningbezitters nog altijd de mogelijkheid om de netto hypotheeklasten maandelijks af te dragen, in combinatie met de meest basale uitgaven voor levensonderhoud. In 2012 had 3% van de woningbezitters te maken met een betalingsrisico, een percentage dat sinds 2002 behoorlijk stabiel is. Bovendien ligt dit percentage lager dan bij huurders. Er is sprake van een matige financiële positie van huishoudens op de woningmarkt, maar vooralsnog leidt dat niet tot grote problemen. Indien de woningmarkt verder weet te herstellen is de kans groot dat een waar rampscenario uit kan blijven en het mogelijk is om de weg naar boven weer in te zetten.