Maximale hypotheek niet altijd een veilige keuze

14 mrt

De laatste jaren zijn de hypotheekregels flink strenger geworden, al worden er nog altijd hypotheken verstrekt die consumenten in de problemen kunnen brengen. Welke onderdelen van het inkomen kunnen meetellen voor de maximale hypotheek en hoe kunt u zorgen voor een betaalbare woonlast, ook wanneer het tegenzit?

 

Toeslagen en provisies bij het bruto inkomen

Het bruto inkomen vormt de basis voor de berekening van een maximale hypotheek. Het blijkt echter dat verschillende banken onder specifieke omstandigheden een aantal andere bronnen van inkomsten meerekenen. Het gaat dan bijvoorbeeld om structureel overwerk, een onregelmatigheidstoeslag, een 13e maand, een provisie of een vaste eindejaarsuitkering. Het gaat om ‘structureel’ inkomen, mits de baan behouden blijft en het een bedrijf voor de wind gaat. Zit het economisch tegen? Dan is er wellicht geen behoefte meer aan het overwerk, zal de eindejaarsuitkering geschrapt worden en verdwijnt mogelijk ook de onregelmatigheidstoeslag bij meer reguliere werkuren. Het is wat dat betreft niet altijd een goede keuze om de diverse toeslagen en provisies bij het bruto inkomen op te tellen, bij een berekening van de maximale hypotheek.

 

Hogere hypotheek met hogere woonlasten

Per 1 januari 2015 zijn de hypotheekregels opnieuw aangescherpt, wat met name de lagere inkomens treft. Bij een toetsrente van 3% levert een inkomen van €30.000 per jaar bijvoorbeeld een hypotheek op van iets minder dan €140.000, bij een inkomen van €30.000 per jaar plus €10.000 aan structurele extra’s loopt dit op naar €185.000. Dat betekent een flink hogere hypotheek, waardoor de woonlasten lastig op te brengen zijn zonder de ‘structurele extra’s’. De bruto maandlasten vallen zo’n €200 hoger uit, een bedrag dat consumenten in de problemen kan brengen wanneer de extra’s onverhoopt wegvallen. Het lijkt daarom verstandig om niet altijd te kiezen voor een maximale hypotheek.