Hypotheeknemer dient risico-opslag zelf in de gaten te houden

03 jun

Hypotheekverstrekkers baseren de hypotheekrente steeds vaker op een basistarief, aangevuld met een risico-opslag. Des te hoger de Loan-to-Value ratio (schuld-/marktwaardeverhouding), des te hoger de opslag die er wordt berekend. Na (extra) aflossingen daalt die ratio, waardoor ook de risico-opslag soms kan verdwijnen. Klanten moeten daar vaak zelf werk van maken.

 

Minder opslag na (extra) aflossing

Na reguliere of extra aflossingen neemt de hoogte van de schuld af. Indien de waarde van de woning gelijk blijft (of zelfs stijgt) betekent dit dat de schuld-/marktwaardeverhouding voor de klant gunstiger wordt. Het percentage schuld ten opzichte van de waarde van de woning neemt af, waardoor er wellicht een risico-opslag kan verdwijnen. Dat betekent in veel gevallen dat de hypotheekrente zomaar 0,1% omlaag kan, door simpelweg aan te geven dat er een aflossing heeft plaatsgevonden. Bovendien is een hogere WOZ-waarde van de woning (of een taxatierapport) soms een reden om de verhouding te bekijken. Indien de schuld gelijk blijft en de waarde van de woning toeneemt is het mogelijk dat er een risico-opslag vanaf kan en de hypotheek automatisch voordeliger wordt.

 

Rol voor de adviseur weggelegd

Analisten en de Consumentenbond zijn van mening dat adviseurs een meer actieve rol zouden kunnen spelen, om klanten hier op te wijzen. De adviseurs geven aan dat ze dit inderdaad goed in de gaten houden en aan de hand daarvan zoeken naar mogelijkheden om te besparen op de rente van de hypotheek. Door een risico-opslag te laten verwijderen kan de hypotheek zomaar goedkoper worden, zonder dat daar een betaling of andere vorm van inzet tegenover hoeft te staan. Het is wat dat betreft gratis geld dat veel consumenten laten liggen, omdat de meeste banken hen daarover niet op de hoogte brengen.